|
PoëzieCafé De Zingende Zaag pakt uit!
Heerlijk avondje in PoëzieCafé De Zingende Zaag
Aan de vooravond van pakjesavond pakten George Moormann en Dolly
Bellefleur feestelijker uit dan ooit. Drie uur lang genoten zo’n honderd (al dan
niet oudere) jongeren ademloos van de optredens van Laurens van Krevelen
(over Jan G. Elburg), Joke Linders (over Annie M.G. Schmidt), Theo
Olthuis (jeugdpoëzie) en maar liefst twee Sinterklazen! Op gepaste
wijze werd dit heerlijke avondje afgesloten door Gerrie Hondius (virtuoos
verslag op rijm)
Nooit en te nimmer afgezaagd
George Moormann heette iedereen op 4 december alsvolgt welkom
bij de vijfde editie van PoëzieCafé De Zingende Zaag: "Haarlem schrijft
vanmiddag weer eens historie. Rotterdam kent de uitreiking van het Gouden Kalf,
Berlijn de Gouden Beer en Haarlem vanaf vandaag de toekenning van de Gouden
Schimmel! Wie van de twee goedheiligmannen zal als winnaar uit de bus komen van
Neerlands eerste Poetry Slam tussen twee Sinterklazen?

"Wat kunt u afgezien van Sinterklaasrap nog meer verwachten in
ons gelukkig nooit en te nimmer afgezaagde PoëzieCafé? Poëzie op rijm,
kinderliedjes, gehoorzaam of ongehoorzaam, zoet of juist lekker stout maar ook
experimentele gedichten van de, als moeilijk opvoedbaar bekend staande, Jan G.
Elburg. De rebelse dichter die net als Annie M.G. Schmidt uiteraard meer hield
van kinderen met een eigen willetje. Zijn voorkeur ging uit naar kinderen die
avontuurlijk genoeg zijn om een zijweg in te slaan, kattenkwaad uit te halen
kortom de boel ontregelen. Ik wens u een middag vol verdwazing en verklazing
maar ook hele precieze poëzie. Dan geef ik nu graag het woord aan mijn
mede-presentator Dolly Bellefleur"
Waarop Dolly begon te zingen: "Hij komt, hij komt die lieve
oude Sint...." Alle ogen zijn vol verwachting gericht op de deur waardoor
Sint Nicolaas komt binnenschrijden. "Sinterklaasje kom maar binnen met je
knecht want we zitten allemaal even scheef" vervolgt Dolly recalcitrant. De
bisschop uit Myra neemt geamuseeerd plaats op zijn troon. Dolly vertelt dat ze
net heeft ontdekt dat Sinterklaas de patroonheilige was van huwbare meisjes.
Volgens de legende zou Sinterklaas drie gouden ballen en beurzen met geldstukken
bij drie maagden van verarmde adel door de schoorsteen naar binnen hebben
gegooid. Had hij dit niet gedaan dan waren de dames zonder bruidsschat ongehuwd
gebleven en waren, erger nog, tot prostitutie genoodzaakt geweest. Dankzij de
gulle gift van
Sint-Nicolaas kregen ze toch een man.

Sinterklaas is duidelijk onder de indruk van Dolly’s historisch
onderzoek en luistert aandachtig naar het gesprek tussen Dolly en Joke
Linders. De biograaf van Max Velthuijs en Annie M.G. Schmidt onthult dat ze
nog graag een biografie zou schrijven over bijvoorbeeld Willem Wilmink. Helaas
ligt er weer eens een weduwe dwars. Op de vraag of Joke Linders de recente
opwinding deelt over het hoorspel getiteld December of Feest voor haar
antwoordt zij resoluut neen. Het hoorspel dat Annie M.G. in 1965 schreef en dat
volgens de hijgerige media onlangs zou zijn ontdekt, en voor het eerst op 4
december werd opgevoerd op Radio 1, doet ze af als typisch jaren vijftig
geklaag. En hoezo pas gevonden? Annie was blijkt uit het interview met Joke
Linders dol op het gezellige Sinterklaasfeest en haar tijd ver vooruit. Vele
spannende onderwerpen die tegenwoordig in het Sinterklaasjournaal de revue
passeren lijken te ontleend aan haar werk. In bijvoorbeeld De heerlijkste 5
december in vijfhonderdvierenzeventig jaar vaart de pakjesboot op een klip
en zinkt. Sinterklaas en Piet worden op het nippertje gered door een Franse
visser die ze een lift naar Nederland geeft. Stinkend naar vis, in een geleend
pak van de visser wordt Sinterklaas door niemand herkend behalve door... de
kinderen natuurlijk die hem uit de brand helpen door hem voor de
verandering eens cadeautjes te geven. Uit het rijke oeuvre van Annie M.G.
Schmidt draagt Linders een aantal smakelijke Sinterklaasgedichten voor. Zo’n
honderd mensen voelen zich even weer een klein kind als ze luisteren naar
Zeg, zei het schaap Veronica, de maan schijnt door de bomen(uit Het hele
schaap Veronica (1960), Trippel Trappel (kinderversje, uit De graaf van
Weet-ik-veel (1957), ook opgenomen in Ziezo (verzamelbundel van alle
kinderversjes) en tenslotte het liedje Pas op voor Sinterklaas uit de
familie Doorsnee, uitgezonden tussen 1952 en 1958)

Poëzie komt je niet aanwaaien
George Moormann: "Hoor de wind waait door de bomen, hier in
huis daar waait de wind... is natuurlijk vanavond een zeer toepasselijk
liedje maar brengt mij tot de volgende stelling: Poëzie komt
je niet aanwaaien, maar moet worden afgedwongen door talent en heel hard
werken. Dat geldt voor de dichter, een soort van superlezer maar ook voor de
zeker zo slimme niet-professionele lezer. Gelukkig hoef je dat niet allemaal
alleen uit te vinden, daar bestaan uitstekende gidsen voor. Neem bijvoorbeeld
het prachtboekje Niet voor de koks maar voor de genodigden dat mijn gast
Laurens van Krevelen heeft uitgegeven en dat bijzondere aantekeningen
bevat van de dichter Jan G. Elburg over poëzie en dichterschap .

Volgen hier enkele opvattingen van Elburg over poëzie:
"Dichten is een manier van meedelen, met de nadruk op manier.
Wat het gedicht meedeelt is werkelijkheid. Objectieve werkelijkheid: het bij
stukken waarneembare dat ons omringt. Subjectieve werkelijkheid: samenstel van
eenzijdige afspraken waarin mensen een onderkomen zoeken. Het gedicht hoort
thuis in het randgebied tussen afspraken en datgene wat ondanks een mens
bestaat.
Elk gedicht schiet op twee doelen tegelijk: het raakt de
objectieve werkelijkheid en het hoogst eigen innerlijk van de lezer. Het gedicht
dat zich alleen tot de lezer richt heet ‘populair’: het bestaat niet als
gedicht. Een gedicht dat het alleen op de omringende werkelijkheid gemunt heeft,
is niet in taal te verwezenlijken. Het bestaande gedicht is daarom, naar zijn
aard, een werkstuk in intelligente wartaal, dat is: taal die de lezer steeds
opnieuw te leren heeft.
De objectieve werkelijkheid is, ook in de subjectieve
werkelijkheid van het gedicht, bij stukken waarneembaar. Wat niet zou zijn waar
te nemen doet zich in het gedicht, waarneembaar, voor als spanning tussen, niet
slechts zichtbare, beelden en betekenissen.
De objectiviteit van het gedicht stelt de lezer in het bezit van
een geconcentreerd stuk objectieve werkelijkheid. Daarom is het gedicht méér dan
een ding: een werktuig, een gebruiksvoorwerp. De vraag, (aldus Elburg) ‘hoe de
lezer nu eigenlijk om moet gaan met die poëzie’ zal nooit helemaal
bevredigend zijn te beantwoorden, vrees ik, want de oplossing van dat probleem
ligt bij de individuele lezer. Het lezen van poëzie vereist een begaafde lezer
en die tref je net zo zelden als een begaafde gedichtenmaker..."
En strooi dan wat letters...
Surrealist Jan G. Elburg zou er met volle teugen van hebben
genoten: een dichtwedstrijd tussen twee Sinterklazen. Nadat Sinterklaas na een
korte pauze weer heeft plaatsgenomen op zijn troon is de spanning voelbaar. Waar
is zijn literaire opponent? Dan stormt een supervrouwelijke Sinterklaas het
podium op.

Het blijkt La Dolly te zijn die haar mannetje wonderwel staat:
"Ik pleit voor een Sinterklaas die ook zijn vrouwelijke kanten durft te tonen.
Omdat dat meer past in deze tijd maar ook als eerbetoon aan de Heilige
Barbara, waarvan de naamdag op 4 december wordt gevierd, en die vroeger werd
vereerd als de vaste gezellin van Sinterklaas bij het uitreiken van cadeaus. Zij
en zwarte piet deden vooronderzoek welke kinderen stout en zoet waren. Uit
verschillende bronnen blijkt dat Sinterklaas in Limburg rond 1900 op pad ging
met zijn vrouw, een duivel, een knecht die deze duivel aan de ketting hieldt en
de nodige aanhang. Sinterklaas beval kinderen en dienstbodes allerlei gebeden op
te zeggen en vragen uit de catechismus te beantwoorden. Domme, onwetende
slachtoffers werden streng berispt, bedreigd en subiet in de zak gestopt. De
hele groep van Sint en aanhang werd gespeeld door mannen. Ook de rol van de
vrouw van Sinterklaas! Nou vind ik dat laatste wel heel erg ver gaan maar de
rest van de traditie zou ik graag nieuw leven inblazen!"
Om Sinterklaas even te laten bijkomen van de commotie draagt
Peter van den Berg de gedichten voor waarmee hij vorige maand een Poetry
Slam in Leiden heeft gewonnen. En dan is het tijd voor de aangekondigde
taalstrijd tussen de twee Titanen SinterklaHansa en Santa Dolly
(SinterklaGrietje?) Hun opdracht voor de eerste ronde luidt:
Schrijf in een gedicht lieve Sint
Wat u werkelijk van kinderen vindt

In zijn gedicht Kind toont Sinterklahansa zich de enige echte
kindervriend. Hij waarschuwt zijn jonge fans: laat je onbevangen,
onbevooroordeelde en onbezoedelde kijk op de wereld niet afpakken!
Kind
Kind,
heb geen zorgen.
Kind,
wees geborgen.
Geniet toch van je mooiste tijd.
Kind,
onbevangen.
Kind,
vol verlangen.
Blijf weg van die volwassenheid.
Jij kind,
moet spelen.
Moet
leren delen.
Je kindzijn is je mooiste pracht.
Kind,
leer ontdekken
en
vind die plekken.
Waar kinds geluk steeds op je wacht.
Leer niet
van streken,
afgekeken,
van
de waanzin die je ziet.
Gebruik
je krachten.
Je mag
verwachten,
dat jij je jeugd volop geniet.
Laat je
niet leiden.
in
dwaze tijden
door de massahysterie.
Bekijk
het leven
nog maar
héél even
vanuit je kindse fantasie.
In Santa Dolly’s dichterlijke antwoord, getiteld Kindertjes,
ziet en hoort de luisteraar een gekoesterde kinderwens cru uit elkaar spatten:
Daar zat ik mijn maisonnetje in Buiksloot
Was dit nou die midlifecrisis?
'k Had kind noch kraaiepoot
En buiten zag ik vrouwen lopen
Met buiken zo vruchtbaar en rond
En ik kreeg een geniale gedachte
Waar ik zelf versteld van stond
Ik wist het zeker
Wist ik het zeker?
Ik wist het zeker
Wist ik het zeker?
Ik wou zwanger zijn
Kindertjes zijn zo lief
Kindertjes zijn zo sweet
Kindertjes kun je krijgen
Ja zelfs als travestiet
Kindertjes zijn zo puur
Kindertjes zijn zo mild
Kindertjes kun je krijgen
Precies zoals je wilt
Kindertjes, kindertjes?
Kindertjes, kindertjes?
Dus ik meteen gebeld en besteld
Bij de genderboetiek
Ach verwekt u in mij een kind
Dat lijkt me magnifiek
(verkoper) Moet het een jongen of
een meisje zijn?
En de oogjes en de oortjes wou u die groot of klein?
We vragen het maar even liever blank of zwart?
Of een Chinese Siamese tweeling da’s ook heel apart!
(verkoper) U mag het zeggen
Mag ik het zeggen?
(verkoper) U kunt altijd ruilen
Als het niet bevalt
Kindertjes zijn zo zoet
Kindertjes zijn zo lief
Kindertjes kun je kopen
Tegen elk tarief
Kindertjes zijn zo leuk
Kindertjes zijn te gek
Betaal ze in termijnen
Of met een eurocheque
Kindertjes, kindertjes?
Kindertjes, kindertjes?
Ik koos er natuurlijk eentje net als ik blond
Omdat ie het beste bij m'n nieuwe tweezitsbankje stond
Maar ik raak zo in de war
Is dit echt de beste keus?
Altijd weer die twijfels
Misschien toch een kleinere neus?
Kindertjes zijn te koop
Kindertjes zijn te huur
Net als een kroketje
Trek ze uit de muur
Kindertjes zijn zo zoet
Kindertjes zijn zo zacht
Kindertjes die krijsen
De hele hele nacht
Kindertjes willen dit
Kindertjes willen dat
Kindertjes die zeuren
Om ijsjes of patat
Kindertjes zijn vaak vies
Kindertjes maken troep
Ze produceren enkel
Speeksel, pies en poep
Kindertjes worden ziek
Kindertjes krijgen dorst
Dan willen al die kindertjes
Bij mama aan de borst
Kindertjes zijn zo piep
Kindertjes zijn zo pril
Kindertjes oh kindertjes
Is dat echt wat ik wil?
Sinterklahansa, Haarlem 1 december 2005
Is er na de eerste ronde, waarbij het publiek als levende
applausmeter dient, nog sprake van een gelijkspel in de tweede ronde eist
SinterklaHansa de overwinning van de Gouden Schimmel op. In zijn Elegie op
Haarlem steekt hij zijn kritiek op het cultuurbeleid van Haarlem niet onder
stoelen of banken. De wijze waarop hij De Zingende Zaag een hart onder de riem
steekt levert hem een overweldigend applaus op.
Elegie op Haarlem.
Een lyriek in gekruist rijm.
Als ik in
Haarlem, op ’t Sparen,
enorm gastvrij wordt ingehaald,
dan valt mij op, al tijdens ’t varen,
hier wordt cultuur mij aangestraald.
Ik zie daar Teyler’s, ‘t oudst museum
in volle glorie voor mij staan.
Nu Michelangelo’s Mausoleum,
waar vele minnaars binnengaan.
Ik tel vier paleizen voor de kunsten.
Een rijkdom, ach het kan niet op.
’t Heeft wat gekost, maar met wat gunsten
staat Haarlem cultureel aan top.
Maar wat gaan we erin beleven,
in die theaters van de kunst,
Nu Haarlems culturele leven
valt buiten de subsidiegunst.
Gaan we ons nu afhankelijk maken
van kunstenaars van buitenaf?
Ons eigen goed laten verzaken,
ze staan met één been in ’t graf.
Haarlem, stad van vele jaren.
Haarlem, bolwerk van cultuur.
Haarlem, sterk in het vergaren
van schrijvers, dichters, architectuur.
Haarlem, trots op zijn historie.
Boekdrukkunst, Lieven de Key,
Kenau, Coster, Haarlemmer Olie,
het zijn slechts enkelen op rij.
Maar dieper ingaand op die zaken,
brengt toch iets anders aan den dag.
Dat Haarlemmers verhalen maken
maakte ons Lennaert al eens gewag.
Komen die letters wel van Loutje?
Was Kenau wel zo stoer en sterk?
De Vleeshal, ja een pracht gebouwtje,
maar was daar geen Vlaming aan het werk?
De overleveringen spreken
Van Haarlems Roem, Heldhaftigheid.
Maar in het licht van nu bekeken,
is Haarlem “Stad zonder beleid”.
De Kunstenaar wordt weggecijferd.
De Poëzie de mond gesnoerd.
Nog niet genoeg, ook wordt geijverd
en bouwkunst tot de grond gevloerd.
Na jaren weer een nieuwe krater.
Het is gebeurd, de Raaks ligt plat.
En dan zegt zo’n stadhuislijk prater
Dat Haarlem krijgt wat het nog niet had.
Heet het vooruitgang, dat “beleid” van heden,
dat je vermoordt wat er al was.
Slechts blijft herinnering uit het verleden,
dat schoolgebouw, die kerk, die klas.
Zo is er meer van dit soort falen.
Beslissingen, inconsequent.
Ik zal er U nog één verhalen,
wat zijne weerga nog niet kent.
De Rechtspraak moest in ’t centrum blijven,
Dat was historisch zo bepaald.
Maar ’t Stadskantoor kan men verdrijven
Naar ’t vlakke land, zo wordt verhaald.
Stond daar het circus niet ooit prachtig?
Dan is die brainstorm wel terecht.
Bouw daar het Stadskantoor, waarachtig,
het circus blijft, de tent geslecht.
Is dat beleid wat wordt beleden
in ’t oude slot, Jaap’s poppenhuis?
Leert men dan niet van het verleden.
Ach Haarlemmers maakt toch een vuist.
Komt overeind en laat U gelden.
Eist dat ’t Bestuur zich eens bezint.
De wapenspreuk doet het al melden,
dat ooit de Deugd hier overwint
“Vicit vim Virtus”
“De deugd zal overwinnen”
Sinterklahansa, 1 december 2005.
Jeugdpoëzie van Theo Olthuis

Alsof er niet rijkelijk genoeg met letters is gestrooid draagt
Theo Olthuis tenslotte een aantal gedichten voor uit zijn nieuwste bundel
Lampje voor de nacht (Uitgeverij Holland). Waarvan het titelgedicht alsvolgt
luidt:
Piepklein
lampje voor
de lange nacht,
als ik straks slaap
hou jij de wacht
van avondzwart
tot ochtendlicht
en de eerste
vogel.
Dan ben je moe
en mag je
eindelijk uit.
Maar de lichten worden nog lange niet gedoofd in Cicero. Een
virtuoze Gerrie Hondius vat het PoëzieCafé alsvolgt op rijm samen:
Rijmverslag Gerrie Hondius

Vanaf een uur of vier stonden de kroegdeuren wijdopen
En kwamen dichters, voetvolk, sinterklazen aangelopen
Met frisgewaaide blosjes op de koele zondagwangen
Wacht men in spanning af tot hier de taalstrijd aan zal vangen
Gastvrouw Rita heeft al ter verhoging van de pret
Een sinterklaas-ceedeetje opgezet.
Als Dolly zich dan toont aan het verzamelde bezoek
Ligt heel haar rug nog open, zij vergat haar onderbroek
Het wordt wel erg de vraag wat wij vandaag mogen verwachten
Laat men maar snel gaan dichten om dit leed wat te verzachten
Dolly neemt het woord: Wij wachten op de sinterklazen
Er is verwachting, maar geen haast. Wij heffen blij de glazen,
Maken kennis met de buren, leren her en der wat namen,
Maar dan verschijnt de Sint! En terstond beslaan de ramen.
Hij oogt verrassend jong, en Dolly twijfelt aan haar rol,
Maar dan schenkt zij heel dienstbaar Sinterklaas zijn glaasje vol
Het wachten is natuurlijk op de tweede Sinterklaas
Maar Dolly is op dreef, dus geen geval hier van ‘helaas.’
George Moorman toont vol trots zijn gouden schimmel aan ’t
publiek
En het betreft een paardje – de stadsdichter is niet ziek.
Een lijstje van sponsoren passeert dan de revue
Veel creatieve zaken prijken op het zaagmenu
Joke Linders krijgt applaus, zij zit bescheiden op haar stoel
Een boek van Willem Wilmink is haar biografendoel
Ook Tonke Dragt staat op haar lijstje, lieve Sinterklaas
Stop die maar in haar schoentje, naast die pop van speculaas
Dan praat zij over Annie Schmidt, en haar ontdekte hoorspel
Dus al met al is ’t interview een heel verrassend voorspel
Als Dolly echter vraagt naar Santa Schmidts duistere kant
Is zij opeens zelf in een danig kruisverhoor beland
Over het schaap Veronica, en ook de dames Groen
Leest Joke Linders voor, zij weet dat magistraal te doen
George neemt het stokje over, en hij draagt Jan Elburg voor
Dan neemt hij met Van Krevelen diens nieuwe boekje door
Die moedigt mensen aan om zelf te vragen naar zijn boeken
Want interesse van de boekhandels lijkt hier nog ver te zoeken
Als copywriter moest Jan Elburg kennelijk veel leren
Als hij tabletten aanprijst waarbij de maag zou zweren
De dichter des vaderlands, Driek dus, Van Wissen,
Zou zich volgens Elburg poëtisch vergissen
Aan de poten van de stadsdichtersstoel wordt hier ook gezaagd
Maar allicht vindt hij troost bij ons aller stedenmaagd
Als Laurens het Liedje van Elburg leest
Is men vol respect, en zwijgt men bedeesd.
Dolly zingt een liedje tot besluit van ’t eerste blokje
Als het geluid geregeld is neemt Hein nog maar een slokje
Op schoot bij Sinterklaas voelt Dolly zich echt veilig
Zij zingt iets heel ondeugends, maar goddank, de Sint is heilig.
De tweede Sinterklaas is nu nog niet gearriveerd
-is hij onderweg gestruikeld, van het dak af, met zijn peerd?
Maar nee! Een vrouwelijke bisschop laat zich gelden
"Een stedenmaagd met mijter" zullen straks de kranten melden
De fotografen zijn verbluft, er wordt verwoed geknipt
Terwijl Nicolaas bijkomt, komt een dichter aangehipt:
Peter van den Berg leert ons zijn inburgeringswet
Zou ik die cursus volgen, werd ik zeker uitgezet.
Dan keert Sint Nicola terug, zij heeft een baard, dit keer
Als femme fatale biedt zij aan sint heel vrouwelijk verweer
De eerste opdracht luidt: Wat vindt u werkelijk van het kind?
Het moet vooral maar kínd zijn, is de boodschap van de sint.
Sint Nicola geeft dan gehoor aan eigen kinderwens
De jeugd bepaalt toch altijd weer de toekomst van de mens.
Zij bestelt dus een kind bij de genderboutique
Kindertjes! Kindertjes! Kindertjes zijn beslist uniek.
Dan barst de rijmstrijd los, en Dolly rept van zelfbevlekken
Amper van de sint zijn schoot begint ze alweer vuil te bekken
Ook Rita krijgt een veeg, dat zij op afgronden afstevent.
Het is maar om het rijmwoord, maar de andere Sint zwijgt bevend.
Dan weer de echte Sinterklaas, over de stad een vers.
Hij slaat keihard terug, want hij vindt Dolly wat pervers.
Zij gaat echter stug door, in deze overgangsverschijning
Is Dolly niets te dol, en ze veroorzaakt danig deining.
Het woord is dus aan Sint, en over Haarlem gaat zijn lied.
Hij ziet veel prachtgebouwen, maar cultuur vindt hij er niet.
Sint Nicola en Sint vervolgen met een dialoog:
De boot in, zakken, vullen, elke woordspeling juicht hoog
Dan komt Dolly met haar ode, aan de Spaarnestad gebracht
Zij doet spontaan de wave, wat menig dichtersleed verzacht
Tenslotte komt de Sint met gouden munten in een kist:
De zaag zal blijven zingen! Heeft de heiligman beslist.
George Moormann is de jury, en hij reikt de schimmel uit.
Voor de echte Sinterklaas klapt het publiek bijzonder luid.
Sint Dolly doet een stapje terug, al blijft zij immer pront
Dus onverslagen volgt de pauze. ’t Tweede blok is rond.
Er wordt een dichteres genoemd, tot dan toe in haar hoekje
Braaf schrijvend aan wie weet wat? Mogelijk een soort van boekje?
Maar zij verslaat de avond dus, er is geen weg terug.
Er komt meer drank, en Gerrie rijmt, al bijna zelf een mug.
Het laatste blokje komt in zicht. Er wordt weer ingenomen
Omdat ieder gevoelig mens hiervan wel bij moet komen.
De Sint schenkt Dolly dan een David. Witte chocolade,
En uit één stuk, speciaal voor haar, en vast niet te versmaden.
Theo Olthuis wordt begroet, hij schuift bij Dolly aan
(die overigens voor dit blok weer iets nieuws heeft aangedaan)
Gelukkig las zij ook zijn werk, want anders kon ze ’t shaken
Die Theo is niet mals, hij houdt het doodleuk voor bekeken.
Een lampje voor de nacht, zijn nieuwste bundel wordt belicht
Vol poëzie voor jeugd, speciaal voor kinderen gedicht
Ook laat hij graag de kinderen zelf een mooi gedichtje schrijven
Want wat de toekomst brengen mag, de poëzie moet blijven.
De prozac van Sinterklaas houdt hem gelukkig traag
Wat Dolly niet kan, kan die Theo, want hij praat graag laag.
Hij biedt Dolly een cursus aan om nog iets bij te leren
Maar dan is het hoog tijd dat hij voor ons gaat declameren.
Hij leest ons zoetgevooisd zijn lieve jeugdgedichten voor
Het is muisstil, soms klinkt er zacht een ‘aaah’ uit zijn gehoor
Dan is het tijd voor bingo! Een opmerkelijk vermaak.
En niet voortijdig ‘bingo’ roepen is een grote zaak
Want dan, stelt Dolly scherp, verliest u wel een kledingstuk.
Zij draagt alsnog haar onderbroek, dus dat is een geluk.
De Macarena komt voorbij. Dan toont een vrouw met moed
Hoe je die Spaanse dans als Zwarte Pieten dansen moet
De eerste bingo valt. Het formulier wordt goedgekeurd.
De winnares heeft prijs, en zij behoudt goddank haar shirt.
Dan duurt het eeuwen voor er nogmaals bingo wordt geroepen
Maar als hij eenmaal valt, dan valt hij ook meteen bij groepen
De avond loopt ten einde, en het was een dolle boel
De menigte verlaat de kroeg met een heel warm gevoel
En als ik nog een wijntje wil lonk ik naar Willem Brand
Als die geen inspiratie heeft mag dit wel in de krant.
Zondag 4
december in Café Cicero, van 17.00 tot 19.30 uur
Lange Begijnestraat 10 in Haarlem
Aan de
vooravond van pakjesavond pakt PoëzieCafé De Zingende Zaag feestelijker uit dan
ooit! Zoals de groeiende schare bezoekers inmiddels gewend is wordt het publiek
een verrassende zaagse combinatie van ernst en luim voorgeschoteld:
Aantekeningen over poëzie en dichterschap van Jan G.
Elburg
George Moormann in gesprek met Laurens van Krevelen. Van Krevelen publiceerde
vele artikelen over uitgeverij, boekenvak, literatuur en beeldende kunst.
Fijnproevers van poëzie kennen deze oud-directeur van Meulenhoff ook als kleine
uitgever van de schitterende reeks surrealistische uitgaven Brumes Blondes
(Blonde mist) die hij al ruim 40 jaar verzorgt. Onlangs stelde hij, onder zijn
nom de plûme Laurens Vancrevel, een bijzondere bundel samen met felle en uiterst
heldere mini-essays over de experimentele poëzie van 'de Haarlemse dichter' Jan
G. Elburg (1920-1992). De humorrijke bundel Niet voor de koks maar voor de
genodigden bevat inderdaad zoals de uitgever beweert 'belangrijke inédits die
een nieuw licht werpen op zijn gepubliceerde werk.'
Annie M.G. Schmidt en Sinterklaas
In de rubriek Het favoriete gedicht van is het woord aan Joke Linders. Deze
biograaf van kinderhelden Annie M.G. Schmidt en Max Velthuijs zal o.a. een
aantal bijzondere Sinterklaasgedichten en recent ontdekte sinterklaasverhaaltjes
van Annie M.G Schmidt (1911-1995) voordragen.
Kindergedichten van Theo Olthuis
Theo Olthuis schrijft gedichten en toneelstukken voor kinderen en volwassenen.
Daarnaast schreef hij liedjes en scènes voor televisie (o.a. voor Sesamstraat,
Koekeloere en Klokhuis) en liedteksten voor Herman van Veen en de
muziektheatergroep Samba Salad. Momenteel is hij als dramadocent werkzaam in
Noord-Holland en geeft hij poëzieworkshops op scholen. Hij heeft diverse
dichtbundels gepubliceerd. In september van dit jaar verscheen bij Uitgeverij
Holland Lampje voor de nacht. De gedichten in deze bundel nemen de lezer overal
mee naar toe. Van ochtendlicht tot avondzwart. Goede reis!
Dicht-debat tussen twee Sinterklazen
Stadsdichter George Moormann en stedenmaagd Dolly Bellefleur blijven verbazen!
Op het programma van zondag 4 december staat namelijk Neerlands eerste
dicht-debat tussen twee Sinterklazen! In diverse rondes gaan de goedheiligmannen
elkaar verbaal te lijf. Zij hebben twee schrijfopdrachten gekregen: verwoord in
een gedicht lieve Sint wat u werkelijk van kinderen vindt! en schrijf een
lofdicht op de stad Haarlem.
Muzikale bingo
Ooh kom er eens kijken wat voor prachtige prijzen de Sint beschikbaar
heeft gesteld voor de muzikale bingo! Een ieder die op 4 december het PoëzieCafé
bezoekt krijgt een bijzondere bingokaart. Op de kaart staan namelijk geen
getallen maar de titels van de meest uiteenlopende sinterklaasliedjes. Worden
jouw liedjes allemaal door DJ Dolly gedraaid? Dan heb jij bingo!
Poëtisch spreekuur
Hoor de wind waait door de bomen. Zou de dichterlijke inspiratie nog komen?
Gelukkig weten uw gastheer George Moormann en gastvrouw Dolly Bellefleur raad en
verlenen zij Eerste Hulp Bij Al Uw Sinterklaasgedichten. Nog een reden om het
PoëzieCafé op 4 december niet te missen!
Tekening van Gerrie Hondius
De bijgesloten schitterende tekening van twee Sinterklazen die verbaal de strijd
aanbinden werd gemaakt door de Haarlemse striptekenaar Gerrie Hondius.
Tip!
Kom zondagmiddag 4 december wat eerder en neem je eigen kussentje mee.
De ervaring leert dat er voorin bij het podium naast het gangpad altijd plek is.
Het programma begint precies om 17 uur. Deuren gaan open om 16 uur.
Dank U Sinterklaasje!
De activiteiten van De Zingende Zaag worden mede mogelijk gemaakt door
G. de Vries IJzerhandel, A.J. van der Pigge anno 1849, Mark Keppel
Lijstenmakerij en Galerie, De Zingende Zaag Producties, Stichting Bellefleur,
Kees van Veenendaal Grafische Vormgeving en Café Cicero. |