|
Nieuws van het poëziecafé
Meestbekeken PoëzieCafé ooit

‘Ich bin von Kopf bis Fuss ein Blumenstrauss. Begiess mich heute Mittag mit
Grossem Applaus’. In het kielzog van onze gastdichter Tsead Bruinja
liep een camera van de Duitse Wereldomroep mee. Zo kreeg de negende aflevering
van PoëzieCafé De Zingende Zaag zowaar een internationaal tintje en
kijken over enkele weken maar liefst 22 miljoen mensen mee! Nu maar hopen dat ze
allemaal naar de boekhandel rennen om de laatste Bruinja te kopen: in het Fries!
Presentatrice Dolly Schöneblum had er alle vertrouwen in en richtte zich
daarom in haar openingslied speciaal tot die liebe Zuschauer in Deutschland
(waarvan er heel veel in Ghana en andere delen van Afrika wonen).

Wereldberoemd zijn ook de twee orgels die Haarlem rijk is. Het Christian
Müllerorgel in de Bavo op de Grote Markt en het Aristide Cavaillé-Coll
orgel in de Philharmonie worden wereldwijd geroemd. Kosten nog moeite werden
bij de bouw van deze orgels gespaard. Stadsdichter George Moormann
memoreerde in de inleiding op zijn gedicht De timmermansknecht en de
orgelbouwer, opgenomen in zijn bundel Het Luide Graf, hoe op 1
februari 1736 de timmermansknecht Willem Been van ongeveer negentig voet
hoogte, circa dertig meter, van een steiger in de Bavo viel. Hij was
‘hertsteeken dood’. Zijn weduwe kreeg vijftig gulden ‘tot begraeffenis van hare
man’.
Een fragment uit bovengenoemd gedicht:
Aan de voet van de Müller draait iemand de
film nog een keer af. Keert terug naar dat
gebarsten hoofd, dat verscheurde lijf en
besluit wat er ook gebeurt geen held
van je te maken. Want wie weet sta je dan
voorgoed in een verblindend licht, is het
voorgoed rozengeur, maneschijn, toespraken met
orgelmuziek en o stel je voor met imitaties van
vogelgeluiden, tromgeroffel en veldslagen.
Met zijn optreden luidde Moormann het interview in van Dolly Bellefleur met
organist en toondichter Piet Kee.

De Mooie Hel van het sonnet
‘Zou je in een paar woorden het verschil kunnen omschrijven tussen beide
orgels?’ vroeg Dolly als eerste aan Piet Kee. Deze leek in eerste instantie
lichtelijk geïntimideerd door zoveel Girl Power maar herstelde zich snel. Vol
vervoering sprak hij: ‘U gaat de Grote Kerk binnen en u ziet een wereldwonder.
Het is het beroemdste orgel, het is een universeel barok orgel. Het
Cavaillé-Coll-orgel is een prachtig 19e eeuws romantisch orgel. Beide
orgels hebben een geheel eigen klankkleurenpalet.’ Hoewel Piet Kee zijn voorkeur
uit bleek te gaan naar het Müller weerhield dit hem er niet van onlangs een
muziekstuk te componeren voor het Cavaillé-Coll orgel.
De compositie getiteld ‘Haarlem Concerto voor Orgel en Orkest’ beleefde op 17
maart j.l. zijn wereldpremière. En er was een opvallende rol weggelegd voor een
harmonium. De dichter Roland Holst omschreef dit instrument ooit als de ‘cirkelzaag
des geloofs’ en hij hoorde in het traporgel 'de snotverkouden stem der
menschheid jammeren om erbarming.'
Het opvoeren van het harmonium noemde Kee zeker een daad van provocatie. Net als
het harmonium wordt het orgel vooral gezien als een religieuse relikwie. Dolly,
geboren uit Friese ouders die ooit emigreerden naar het gristelijke Huizen, kon
dit beamen. Als jonge soliste bij het kinderkoor De Zendertjes had zij aan den
lijve moeten ondervinden hoe het orgel in de kerk werd misbruikt als
propagandamiddel. Maar voegde Piet Kee er aan toe:
‘Het harmonium is in de goede zin van het woord een aftreksel van het
romantische orgel. Door het gebruik van het harmonium krijgt het hoofdorgel een
extra reliëf. Eigenlijk vormt het harmonium de harmonische schaduw van het
orgel. In mijn compositie citeer ik de harmoniumpartij uit Satie’s Messe des
Pauvres... maar genoeg over orgels ik ben toch uitgenodigd om mijn favoriete
gedicht of liever gezegd favoriete gedichten voor te dragen? Neem nou
bijvoorbeeld het zeventiende eeuwse gedicht The World van Henry Vaughan
(1621-1695). Dat is een prachtig visioen waarvan de eerste zeven regels mij zo
mateloos boeiden dat ik het uiteindelijk heb verwerkt in een koorwerk:
I SAW Eternity the other night,
Like a great Ring of pure and endless light,
All calm, as it was bright
And round beneath it, Time in hours, days, years
Driv’n by the spheres
Like a vast shadow mov’d; in which the world
And all her train were hurl’d.
Alleen die beginregel al: I SAW Eternity, Ik zag de Eeuwigheid, een
abstract gegeven waarbij het moment waarop de ikfiguur het zag heel precies
wordt aangegeven met the other night. Schitterend die tegenstelling. En
niet te vergeten de schitterende breuk in het gedicht na All calm, as it was
bright: achter die kalmte blijkt een enorme draaikolk van uren, dagen, jaren
et cetera schuil te gaan.
Die totale omslag spreekt me ook zo aan in een van de sonnetten van de dichter
Jan Kal:
Mooie Hel
Door onze zeilboot schrikken uit het riet
wat eenden op, maar ze voltooien snel
hun korte boogvlucht- zie het vlooienspel-
met poten waarmee wordt gewaterskied.
Dit aanhangsel van ’t Spaarne-stroomgebied
noemen de Nederlanders Mooie Nel.
Een echte mug spreekt juist van Mooie Hel:
Sjibbólet voor wél Haarlemmer of niet.
Zoals wij op het water telkens weer
het roer omgooiden als bij toverslag
een nieuwe koers moest worden uitgezet,
zo ga ik aan mijn tafel elke keer,
al zeilend door de ruimte, overstag
binnen de Mooie Hel van het sonnet.

Na een korte pauze had George Moormann een geanimeerd gesprek met de dichter
Tsead Bruinja. Deze droeg om te beginnen enkele gedichten voor uit Droom
in blauwe regenjas, Een keuze uit de nieuwe Friese poëzie sinds 1990. Een
bloemlezing die Bruinja samenstelde en die een schitterende aanvulling blijkt te
zijn op Spiegel der Friese poëzie die in 1994 verscheen. Bruinja
memoreerde hoe hij tijdens het hele maakproces steeds meer draden en verbanden
in de Friese poëzie ontdekte die hij nog niet eerder had gezien.
Bruinja’s favoriete gedicht leek wel geïnspireerd op La Dolly:
Anne Feddema
Foar Kurt Schwitters
De buurman rint graach op
nullehakken!
De boarfrou rint graach yn in
baitsjebokse!
Baitjeboksenullehakke!
Roppe se de hiele dei
En oarsom:
Nullehakkebaitsjebokse!
Mar juster, de skrik sloeg my om it hert.
De buorfrou rûn
nullehakken!
De buorman rûn yn in
baitsjebokse!
No rin ik de hiele dei op nullebakken!
Yn in baitsjebokse!
Ik bin lokkich!
Ik rop:
Nullehakkebaitsjeboksebaitsjeboksenullehakke!
Vertaling Tsead Bruinja
Voor Kurt Schwitters
De buurman loopt graag op
naaldhakken!
De buurvrouw loopt graag in een
overall!
Overallnaaldhak
Roepen ze de hele dag.
En andersom:
Naaldhakoverall!
Maar gisteren, de schrik sloeg me om het hart.
De buurvrouw liep op
naaldhakken!
De buurman liep in een
overall!
Nu loop ik de hele dag op naaldhakken!
In een overall!
Ik ben gelukkig!
Ik roep:
Naaldhakoverallnaaldhak!
Grote indruk maakte ook Bruinja’s eigen gedichten als Wouter en de dingen
en Buit.
Tsead Bruinja
Wouter en de dingen
(Uit Dat het zo hoorde, Amsterdam/Antwerpen 2003)
wouter doorgaans lieten de dingen
me met rust maar sinds ik jou lees
beginnen ze te kletsen en te praten
erger ik me eraan dan beginnen ze
te blaten en dat is niet het raarste
wouter maar dat toontje dat spreekt
me tegen als een vrouw van wie
het moeilijk houden is heb je daar
ook zo’n zwak voor dat heb je dus gegeven
en dat zul je ook achterlaten een kwetterend
vrouwengezicht dat ontevreden
vanuit stoeptegels, soepblikken
en bloemkelken een beetje alsof
je wat aan het krabbelen even
verveeld een paar lijntjes trekken
in de marge het moet onherkenbaar
het mag niks worden
en er dan toch vanachter twee
puntjes met een streepje eronder
een boeman te voorschijn komt
uit bloemige kindergordijntjes
wouter het kijkt me aan
stroomde mijn blik voorheen
nog als romig toetje
door de straten nu kietel ik
als ijverige kwebbelbeek
langs de vreemdste dingen
die als een troeteltroelstra
op voetstukken belanden
weet je wouter
vaders kun je makkelijk wegduwen
heb je kinderen
op een avond stak de zon
z’n laffe ledematen
achter een wolk
en liet het blaffen
van de regen
ik liep halverwege
tussen een huis en de edah
en daar begon een bos narcissen
met preken iedereen liep door
niemand reikte een zeepkist aan
oranje zei het bloempje
oranje sokken je liefste
je droeg ze weken
welke orde roep je me toe
vraag ik me af
als het nu maar geen padden
gaat regenen
wouter ik ga terug naar mijn werk
iets over tien redenen om te stoppen
met bewegen je leest het nog wel
Tsead Bruinja
Buit
de stille tocht begint op het parkeerterrein van de aldi
daarna gaat het via de parallelweg naar het stadhuis
de burgemeester loopt mee
het is lastig voor hem zo snel
de stoet voor kantoor
te verwisselen
poeh lekker
het best volgt men de middenweg
leest men dit als een leerdicht
waardoor soms een noordelijke
hartstocht heen is geblazen
men ademt in en uit nietwaar
beter ziet men in de vijand
een broer die zijn bruid niet kreeg
 
'IK BIN DE BAARNENDE MAN' (Ik ben de brandende man)
TSEAD BRUINJA, PIET KEE en het werk van nieuwe Friese dichters
presentatie George Moormann en Dolly Bellefleur
PoëzieCafé De Zingende Zaag, Aflevering 9
Zondag 2 april 2006
PoëzieCafé De Zingende Zaag t/o de Toneelschuur
Lange Begijnestraat 10 Haarlem - van 17.00 tot 19.00 uur -
OPGELET! zaal open: 16.00 uur - Toegang GRATIS
in verband met televisieopnames wordt u verzocht tijdig aanwezig te zijn
George Moormann in gesprek met Tsead Bruinja
Tsead Bruinja (1974) is dichter en performer. Hij schrijft in het Nederlands
en het Fries en publiceerde onder meer in Krakatau, Zwart ijs, De
Zingende Zaag en op Rottend Staal Online. In 2000 debuteerde hij met
de Friestalige bundel De wizers yn it read/ De wijzers in het rood.
Daarna verschenen de Nederlandstalige bundels Dat het zo hoorde (2003,
genomineerd voor de Jo Peterspoëzieprijs) en Batterij (februari 2006).
Samen met dichter Daniël Dee stelde Bruinja de bloemlezingen Klotengedichten
(2005) en Kutgedichten samen. Bruinja is ook vast medewerker aan de
webpagina Boeken.vpro.nl, waarvoor hij eigenzinnige signaleringen en
recensies van nieuwe poëziebundels verzorgt.
Voor Uitgeverij Contact en Uitgeverij Bornmeer verzorgde Bruinja de
Nederlandstalige/Friese bloemlezing Droom in blauwe regenjas/Dream yn blauwe
reinjas. De bundel bevat gedichten van een nieuwe generatie Friese dichters
die na de doorbraak van Tsjêbbe Hettinga, tijdens de Frankfurter Buchmesse
van 1994, voor het laatst in datzelfde jaar werden gebundeld. Wat is twaalf jaar
later de stand van zaken in de Friese poëzie? Festivals als Poetry International
en de Wintertuin besteedden al aandacht aan het licht weemoedige, soms groteske
en vaak zeer muzikale werk van deze nieuwe generatie maar het was tot op heden
niet of nauwelijks beschikbaar op papier. Tsead Bruinja maakte een ruime keuze
uit het werk van onder meer Anne Feddema, Elmar Kuiper, Albertina Soepboer,
Janneke Spoelstra, Abe de Vries en Cornelis van der Wal. Natuurlijk zal Bruinja
ook gepassioneerd voordragen uit zijn recent verschenen en zeer goed ontvangen
bundel Batterij.
Het favoriete gedicht van Piet Kee
In de vaste rubriek Het favoriete gedicht van... is het woord aan
componist en voormalige stadsorganist van Haarlem Piet Kee. De Spaarnestad neemt
in het artistieke leven van Piet Kee een belangrijke plaats in. In 1953, 1954 en
1955 won hij het Haarlems Internationaal Improvisatie Concours. Vervolgens was
hij van 1956 tot 1989 stadsorganist. Hij combineerde zijn werkzaamheden als
stadsorganist met een wereldwijde concertpraktijk en het componeren.
Het functioneren van klank in de ruimte speelt in Kee's muziek een grote rol.
Bijvoorbeeld in de compositie Network voor twee orgels, electronisch
keyboard, alt-saxofoon en sopraan-blokfluit, die in juli van dit jaar ook in
Haarlem te horen zal zijn. Composities van de laatste tien jaar zijn onder
andere The Organ - hommage aan Pieter Saenredam, Bios II (dit jaar
uitgevoerd op het festival voor nieuwe muziek in Mexico City), The World
en Haarlem concerto voor orgel en orkest, waarmee op 17 maart 2006 in de
Philharmonie in Haarlem het gerestaureerde Cavaillé-Coll orgel weer in gebruik
werd gesteld.
Als motto gebruikt Piet Kee graag de drie woorden die op een anoniem portret van
Christoph Gottlieb Schröter (1699-1782) staan rond een afbeelding van enkele
driehoeksgetallen: 'Musicus index legum'; de musicus toont de wet. Of, op
z_n 21ste-eeuws in de zin van Piet Kee geïnterpreteerd: de kunstenaar laat zien
'hoe het zit'.
Het meest recente stadsgedicht van George Moormann
Sinds 1 januari is dichter en beeldend kunstenaar George Moormann tevens
officieel stadsdichter van Haarlem. In de periode hieraan voorafgaand schreef
hij al diverse stadsgedichten over bijvoorbeeld de huldiging van judoka Dennis
van der Geest, over de dood van schrijver Louis Ferron, over het 100-jarig
jubileum van boekhandel de Vries, over het nieuw te bouwen stadion voor HFC
Haarlem en het gerestaureerde Cavaillé-Coll orgel.
Dolly's Vagina Dialogen
Speciaal voor Tsead Bruinja, die met Daniël Dee de bloemlezing
Kutgedichten samenstelde, schreef Dolly Bellefleur De Vagina Dialogen die
zij natuurlijk op geheel eigen wijze ten gehore zal brengen. Fasten your
chastity belts!
Voor meer informatie en persfoto's Tsead Bruinja, Dolly Bellefleur, George
Moormann en Piet Kee: 023-5329508 (Peter Kok).
De bijgevoegde foto van Tsead Bruinja is gemaakt door Henk Veenstra.
|